American Songbook is een programma waarin hij met pianist Egbert Derix de raakvlakken tussen jazz en klassiek voelbaar maakt: ‘Het is geen klassiek concert. Ik hoop vooral dat ik mensen kan ontroeren. Niet zozeer vanwege de melodieën of bekende deuntjes, maar vooral door de teksten.’
Klassiek in een jazzclub
Het gaat om tekst, vindt hij: ‘Ik ben geschoold als klassiek zanger en saxofonist. Om wat bij te verdienen speelde ik tijdens mijn studie in Maastricht in de bigband van Willy Schobben. Hij zei op een gegeven moment tegen mij: “Ik hoor dat je ook zang studeert. Zou jij iets kunnen zingen van Frank Sinatra?” Daarna heb ik dat niet veel meer gedaan, maar sinds ik hier in Wenen woon – of all places! – ben ik er opnieuw ingerold.’ Dat was min of meer toevallig, vertelt Huub, omdat hij het verzoek kreeg een concert te geven met voor de pauze klassieke werken en na de pauze jazzstandards. ‘Niemand kende mij hier toen nog, maar inmiddels breng ik zo’n twee keer per jaar een eigen programma in de oudste jazzclub van Wenen: Jazzland. Dan zing ik jazz, maar ook Sting of een chanson … of een lied van Schubert of Strauss. Ik heb er zelfs Mimaamaquim van Arthur Honneger gezongen: psalm 130 in het Hebreeuws.’ Met een donkere stem draagt hij de eerste regel voor: ‘Uit de diepten roep ik tot u …’. Hij kijkt geamuseerd als hij uitroept: ‘In een jazzclub!’
Pareltjes van teksten
Er zitten veel meer raakvlakken tussen wat als klassieke muziek wordt gezien en genres als jazz of musical, maar hoe zit dat dan? ‘Ik heb veel oude muziek gezongen en ik heb dat altijd willen verbinden aan jazz. Want de werkwijze om een jazzlied te repeteren en uiteindelijk uit te voeren is eigenlijk gelijk aan wat je doet als je een 17e-eeuws stuk van bijvoorbeeld Monteverdi instudeert. Dan krijg je een blad met de noten, de tekst en een becijferde bas*. Als je jazzstukken repeteert krijg je ook een sheet met de melodie, de tekst en in plaats van die becijferde bas akkoordsymbolen. Dat is het enige verschil. Tijdens mijn tochten door de jazzbars hier in Wenen viel me op dat dat er eigenlijk heel weinig aandacht is voor de tekst. Natuurlijk, niet alle liederen hebben een hoogstaande tekst. Maar er zijn ook pareltjes bij. Neem My funny Valentine. De tekstschrijver, Lorenz Hart, was geen leuke man. De tekst is zelfs voor de show waarin het voorkomt – Babes in Arms – heel raar. Voor mij is het een schreeuw van iemand zoals hij die zegt: “Ik ben echt een vreselijk iemand, maar houd van me!” Iedereen kent dat lied van muzikanten als Chet Baker, Sarah Vaughan … maar het wordt al snel achtergrondmuziek. Ik wil die liederen net zo behandelen en zingen al wanneer ik een lied van Schubert zing, want het zijn teksten met een boodschap.’
Tekst serieus nemen
Voor een klassiek lied kruipt hij in de huid van de componist: ‘Ik ben een ambachtsman en met het vak dat ik heb geleerd probeer ik me bij een klassiek lied af te vragen: waarom heeft Schubert nou net die noten geschreven en niet die ontelbare andere.’ Hij begint te zingen: ‘“Fremd bin ich eingezogen, fremd zieh ich wieder aus …” Misschien had ik het anders gedaan, maar dat doet niet ter zake. Interessanter is: hoe kan ik vinden wat hij vond van de tekst?’ Bij jazz werkt die benadering niet helemaal, want zoals hij al eerder zei is de partituur vaak niet zo uitgeschreven als bij een klassiek lied. ‘Bij een jazzlied kun je natuurlijk wel nagaan op welke manier het vaak wordt gezongen, maar je bent vrij om het tempo te kiezen, je kunt het opnieuw arrangeren. Daardoor kun je een woord van een andere betekenis voorzien, of er een nieuwe laag aan toevoegen. Dan kun je de begeleiding in dienst laten staan van de tekst, zodat het niet alleen entertainment is, maar mensen horen wat er in dat lied gezongen wordt. Als jazzmusicus moet hij dat ambacht anders inzetten, maar ook daarin schuilt vakmanschap: ‘Het is niet anders dan dat ik de tekst serieus neem, ook als ik hem uiteindelijk zing. Wat dat betreft heb ik in Egbert mijn zielsverwant gevonden. Hij is in staat om in zijn improvisaties de tekst te illustreren. We inspireren en versterken elkaar daarin.’
Wacht niet tot morgen
Hij kijkt ernaar uit om terug te komen naar Nederland voor het concert: ‘Wenen is een prachtige stad, maar naarmate ik ouder word doet het me meer om niet meer dagelijks mijn eigen taal te spreken.’ Eerder tijdens het gesprek zong hij al een paar regels uit Speak Low van Kurt Weill waarmee het concert in juni opent: ‘Dat is een fantastisch filosofische tekst over de eindigheid van het leven, over dat we niet moeten wachten met liefhebben tot morgen: The curtain descends, ev’rything ends too soon, too soon.’ Met een knipoog naar dat lied verklaart hij de lichte melancholie die hij voelt als hij aan zijn geboortegrond denkt: ‘Misschien heeft dat ook met eindigheid te maken. Vroeger dacht ik: dat komt wel. Nu voel ik veel meer bij die “roots”. Ik ben de laatste jaren regelmatig en Nederland en dat gevoel wordt steeds sterker.’ Hij hoopt op een ‘huiskamergevoel’ tijdens American Songbook: ‘Ik wil het niet “downgraden”. Maar ik hoop vooral dat ik mensen met deze muziek kan ontroeren en in zo’n sfeer komt het emotioneel toch meer aan.’
* De becijferde bas is in barokmuziek een manier om geïmproviseerde basharmoniën van de basso continuo uit te schrijven met behulp van cijfers onder de notenbalk.
Foto: Johan Horst Fotografie